Persoonlijkheidskenmerken

Er zijn duidelijke verschillen tussen mensen: niet iedereen is voor alles geschikt

Met persoonlijkheidskenmerken wordt bedoeld het vrijwel constante onderdeel van de hersenen van een ondernemer dat voor een deel bepaalt welke voorkeuren, houdingen en gedragingen deze ondernemer laat zien. Met constant wordt bedoeld dat men er vanuit kan gaan dat de persoonlijkheidskenmerken van vandaag over vijf jaar nog vrijwel hetzelfde zullen zijn (mits de ondernemer geen traumatische ervaringen heeft ondergaan). Met nadruk is hierboven gesteld dat de persoonlijkheidskenmerken voor een deel bepalend zijn, omdat het uiteindelijke gedrag van een ondernemer van veel meer zaken af hangt: opvoeding, normen en waarden uit de samenleving, invloedrijke personen in de omgeving van de ondernemer en de mogelijkheden op het bedrijf. Hierdoor kan het zijn dat één persoon met een genetisch pakketje ‘gedreven persoonlijkheid’ zijn gedrevenheid uit in het leiden van een omvangrijke criminele organisatie, terwijl een ander met een vergelijkbaar genetisch pakketje directeur van een groot tuinbouwbedrijf wordt.
Er zijn boeken vol met allerlei testen die ingezet kunnen worden om bepaalde aspecten van persoonlijkheid te meten. Voor allerlei situaties (functiegeschiktheid, stressgevoeligheid, veranderingsbereidheid, et cetera) zijn specifieke psychologische testen ontwikkeld. De meest gebruikte (en daardoor waarschijnlijk ook de meest robuuste) testen zijn:
1. De Myers-Briggs-Type-Indicator (MBTI). Hierbij worden mensen ingedeeld in vier kwadranten op basis van extravert versus introvert en rationeel versus voelend. Deze test vloeit voort uit de school van Jung. Typisch kenmerk van deze test is dat het gebaseerd is op zogenaamde gedwongen-keuze-vragenlijsten, waarbij steeds de voorkeur moet worden aangegeven bij twee items.
2. De DISC-test vloeit eveneens voort uit de school van Jung en maakt ook gebruik van gedwongen-keuze-vragenlijsten. Met deze test worden vier persoonlijksheidskenmerken bepaald: Dominance (besluitvol, risico-nemend, zelfstarter, groot ego, probleemoplosser), Inducement (enthousiast, betrouwbaar, optimistisch, overtuigend, spraakzaam, impulsief, emotioneel), Steadiness (goede luisteraar, teamspeler, bezittelijk, stabiel, voorspelbaar, begrijpend, vriendelijk), and Compliance (accuraat, analytisch, consciëntieus, voorzichtig, precies, feitelijk, perfectionistisch, systematisch).
3. De Five-Factor-Personality-Indicator (FFPI). Deze deelt mensen in op basis van vijf factoren, waarvan verondersteld wordt dat ze genotypisch zijn (in de genen van mensen vastgelegd zijn en dus uitstijgen boven omgevingsfactoren). De vijf factoren zijn: extraversion, agreeableness, conscientiousness, neuroticism en openness (to experience). Het karakteristieke aan de test is dat deze niet gebaseerd is op gedwongen-keuze-vragenlijsten, maar op een vragenlijst met statements en een vijf-puntsschaal (Likert-schaal). Door gebruik te maken van vragenlijsten met langere statements is het mogelijk de vijf factoren nog uit te splitsen aan de hand van subelementen.
De FFPI is een doorzichtige test die onder veel verschillende omstandigheden gebruikt is. Deze test stuit conceptueel op minder bezwaren dan een gedwongen-keuze-vragenlijst. Heel vaak blijkt dat er goede overeenkomsten zijn in testresultaten als iemand zelf de test invult en zich vervolgens ook laat scoren door een goede bekende. In een dergelijk geval is de kans groot dat de testuitkomst daadwerkelijk voorspellende waarde heeft voor toekomstig gedrag. Men spreekt in zo’n geval van een test met een goede criteriumvaliditeit Hoekstra et al., 1996).
Voor facilitators in veranderingsprocessen is het heel handig om van de actoren te weten wat voor persoonlijkheid ze hebben. Heb je te maken met een actor die niet erg open staat voor ervaringen, dan weet je dat een wild, nieuw idee waarschijnlijk niet direct zal ‘landen’ en dat je misschien via kleine stapjes (een incrementele benadering) gemakkelijker voortgang boekt. Heb je een actor die erg consciëntieus is, dan kan je daar rekening mee houden door heel gestructureerd en gedetailleerd informatie aan te bieden. Bij Verstegen et al. (2003) kwam naar voren dat met name de introvertere ondernemers graag via intermediairen ondersteund willen worden en dat de extravertere ondernemers via allerlei ‘lijntjes’ en vakbladen op de hoogte blijven.


Wilt u reageren selecteer dan de discussiepagina in het menu bovenaan de pagina

Verder lezen
Hoekstra, H.A., J. Ormel, & F. de Fruyt (1996). NEO PI-R, NEO FFI, Big Five Persoonlijkheidsvragenlijsten. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Verstegen, J.A.A.M., M. Klopper & H. Schuite. (2003). Een hernieuwde kijk op individuele besluitvorming in de glastuinbouw. LEI-rapport 7.03.13, oktober 2003, 84 pp. Den Haag: LEI.